Huis Maasakker: Verdwenen maar niet vergeten
Marja van den Broek, met dank aan Peter van Nistelrooij

In het kader van het project Meanderende Maas zal er in het gebied dat ingesloten wordt tussen Megen en Dieden, dode Maasarm en de Maas natuurontwikkeling plaats gaan vinden. Het open, glooiende grasland, zo karakteristiek voor de Maaskant, zal deels worden afgegraven t.b.v.kleiwinning. In dit gebiedje lag de Heerlijkheid Maasakker en een deel van de Heerlijkheid Dieden.

De heerlijkheid Maasakker

De heerlijkheid Maasakker hoorde bij het hertogdom Gelre. Er wordt in 2e kwart van de 15e eeuw voor het eerst melding van gemaakt als leengoed van de heer van Appeltern. De graaf van Megen, Eustachius van Brimeu, komt in 1540 in beeld in een akte van belening door Willem, hertog van Gulik, Gelre, Kleef en Berg met de heerlijkheid Maasacker. De Maasakker is rond 1600 door de Maas gescheiden geraakt van Gelderland. De grote lus waar De Maasakker in lag werd afgesneden. Het is niet zeker of dit gebeurde door menselijk ingrijpen of dat het een natuurlijk proces was. De heerlijkheid Maasakker omvatte hoofdzakelijk onbewoonde landerijen (165 bunder) en het huis Maasakker. Het heeft uiteindelijk tot 1958 geduurd voordat De Maasakker bij de provincie Noord-Brabant en de gemeente Megen werd gevoegd.

Op dit detail gemeentekaart van Appeltern van Kuyper van 1867 is de ligging van de Maasakker goed te zien.

De heerlijkheid Dieden

De heerlijkheid Maasakker grensde aan de heerlijkheid Dieden, ook Gelders grondgebied. Pas in 1806/1807 werd Dieden Brabants. In 1724 wordt de heerlijkheid Dieden door Matthias Lambertus Singendonck van freule Sophia Emilia Maria Baronesse van Gent gekocht. Diens dochter Isabella Adelheid Singendonck huwde met Leonard de Casembroot, heer van Ter Meer. Hij kocht in 1775 de heerlijkheid Maasakker en het recht van de wind in de dorpen Altforst en Appeltern. Zo werden beide heerlijkheden samengevoegd. De Singendoncks bezaten ook huis ter Dieden, ook wel Eerbosch genoemd.

Huis Maasakker

Een klein perceel van de Maasakker heeft een archeologisch beschermde status (AMK), op de hoek tussen Rulstraat en Maasakkerstraat. Hier stond, aan de grens van de heerlijkheid Maasakker, eind 15e eeuw een woontoren waarvan de functie onbekend is. Rond 1750 werd er een boerderij met gemetselde waterput en boomgaard bij gebouwd. De laatste bewoner, de familie van Tongeren, verlaat het huis in 1912 waarna de gebouwen worden gesloopt. Het bouwmateriaal is deels hergebruikt in twee boerderijen in de Koolwijk. De ene is afgebrand en niet meer herbouwd. De andere staat aan de Berghemseweg 17. Op oude kaarten staan de toren en boerderij nog duidelijk aangegeven.

In het midden het archeologisch beschermde gebied waar huis Maasakker lag.

Op een kaart van ca 1750 krijgen we een indruk van hoe het huis eruit zag.

Op deze schets is zowel de boerderij als de toren getekend.

Detail van de kaart van Hendrikman 1776-778. Huis Maasakker met het pad naar de dijk. Rechtsboven het pad naar de dijk bij Dieden.

Vondsten

Van de in ca 1850 gesloopte woontoren en boerderij is niets meer te zien in het landschap. In de omgeving zijn wel heel veel vondsten gedaan door amateurarcheologen uit Oss, Gerard Smits en Peter van Nistelrooij. Als het land weer geploegd was kon men de resten van het Maasakkers huis en andere artefacten op het land zien liggen. Op basis van de baksteenformaten, aardewerkscherven, tabakspijpen, glas, natuursteen en metaal is het mogelijk een redelijke inschatting te maken over de ouderdom van het Maasakkershuis. Het algemene beeld van het aardewerk wijst op 'normaal' gebruiksaardewerk vanaf ca 1350. Het is niet van hoogstaande kwaliteit. Wel zou je dit soort aardewerk, kannen, schalen en potten, eerder in een stedelijke context verwachten dan op een boerderij. Dat geldt ook voor het glaswerk dat een paar luxueuze uitschieters heeft. Daarnaast duiden de honderden fragmenten van kleipijpen mogelijk op een publieke functie van het Maasakkershuis, een pleisterplaats, veer- of tolhuis.

Chic glaswerk en Westerwald steengoed bolle kandelen ca. 1650

Kloostermop (30x14x7cm) met daarop diverse pijpaarden pijpjes en een loden kogel.

Hoek van een natuurstenen drinkbak deel met daarop een Maria beeldje.

Plannen

De plannen voor natuurontwikkeling zouden een goede aanleiding kunnen zijn om archeologisch onderzoek te doen op deze lokatie. De gemeente schrijft voor dat een archeologisch onderzoek moet worden uitgevoerd bij graafwerkzaamheden dieper dan 0,3 m beneden het maaiveld. Vele onderzoeksvragen zijn namelijk nog onbeantwoord, o.a. de exacte locatie en omvang van de gebouwen. Ook zou het interessant zijn om te weten hoe de doorsteek in ca 1600 is ontstaan. Als het mensenhanden zijn geweest kan dat te maken hebben met het veiligstellen van de huis Maasakker in deze roerige tijd tussen de Brabant en Gelderland en zo Gelders gebied af te pakken of de toren onbruikbaar te maken.

Wilt u meer weten? U kunt het boek: 'De Archeologische schatkamer Maaskant' online inzien op sidestone.com. Ga naar pagina 299.