Archeologisch onderzoek Oude Baan te Geffen
Peter van Nistelrooij

In begin (14 februari) en eind (28 oktober) 2020 heeft er gravend archeologisch onderzoek plaats gevonden aan de Oude Baan in Geffen. De archeologische begeleiding door middel van proefsleuven is op huisnummer 10 door Bodac en op nummer 4 door Transect uitgevoerd. De onderzoeken vonden plaats omdat er op deze plekken nieuwe woningen werden gebouwd. Op basis van de landschappelijke ligging centraal in een zone met dekzandwelvingen was aan het plangebied een lage verwachting toegekend voor vuursteenvindplaatsen uit het Laat-Paleolithicum tot en met het Neolithicum en een hoge verwachting voor nederzettingsresten uit het Neolithicum tot en met de Volle Middeleeuwen (tot in de 13e eeuw). Gezien het historisch landgebruik gold een lage verwachting voor de periode Late-Middeleeuwen tot Nieuwe tijd. Het plangebied is in de afgelopen eeuwen in gebruik geweest als bos-/bouwland. Het was niet uit te sluiten dat de bodem hierdoor diep is verstoord, maar ook niet uit te sluiten dat de bodemopbouw intact is. Uit het booronderzoek bleek dat de oorspronkelijke podzolbodem is verploegd, maar dat het potentiële archeologische sporenniveau in de top van de C-horizont nog grotendeels intact aanwezig kon zijn.

Onderzoeklokaties in rood aangegeven

Uit het proefsleuven onderzoek op huisnummer 10 zijn 55 spoornummers uitgegeven, waarvan 8 antropogeen en 47 als natuurlijk zijn aangemerkt. Alle antropogene sporen hebben een (sub)recente datering. Eén hangt samen met de aanleg van een sproei-installatie en vier met een greppelsysteem. Archeologisch gezien weinig bijzonder. De aftekening die wijst op het machinaal uitgraven van de greppels, moet gebeurd zijn in de tweede helft van de 20e eeuw toen het bos werd omgezet in een akkerperceel. Vermoedelijk is toen ook de oorspronkelijk aanwezige podzolbodem afgegraven en de 20 tot 30cm dikke humeuze toplaag opgebracht. Er zijn geen vondsten aangetroffen.

Het noordelijke deel van de bouwput huisnummer 10(foto Bodac) Sporenkaart huisnummer 10 (Bodac)

Het proefsleuven onderzoek op huisnummer 4 is gelijkwaardig aan huisnummer 10 echter met enkele (3 stuks) vondsten. In het plangebied zijn laatnieuwetijdse sporen van landgebruik gevonden, waaronder drie greppels, vier spitsporen(-banen), vijf natuurlijke verstoringen, acht kuilen en twintig paal-/plantkuilen. Een aantal van de (paal-)kuilen bevat schopsteken aan de basis. De sporen in het plangebied zijn goed geconserveerd, maar zijn relatief jong gebleken, namelijk daterend tussen (omstreeks) 1868 - 1955, oftewel de Nieuwe tijd C (Late-Nieuwe tijd).

Een overzichtsfoto van de bouwput huisnummer 4 (foto Peter van Nistelrooij)

Een perceelsgrens in het plangebied is te zien op kaarten vanaf de vroeg-19e eeuw, die is teruggevonden in de vorm van een greppel. De perceelsgrens is op de topografische kaarten aanwezig tot en met 1955. De drie vondsten bestonden uit een deel van de steel van een kleipijp, een deel van een baksteen en een wandfragmentje industrieel wit. Zeer weinig vondstmateriaal en allen uit de Nieuwe Tijd.

Sporenkaart huisnummer 4(Transect)

Er was op beide locaties geen sprake van behoudens waardige archeologische vindplaatsen.