Verrassingen rond klooster JMJ te Ravenstein
Door Marja van den Broek

2019

In 2019 heeft BAAC een archeologisch proefsleuvenonderzoek uitgevoerd in opdracht van Mooiland Vastgoed rond klooster JMJ aan de Kasteelse Plaats in Ravenstein. Het klooster wordt omgebouwd tot appartementencomplex. Op deze locatie lag vroeger een deel van de voorburcht van het kasteel van de heren van Ravenstein. Tijdens het onderzoek zijn sporen uit de 17e tot en met de 19e eeuw gevonden. In het westelijke deel van het terrein zijn resten van de gracht teruggevonden die om de voorburcht heen lag. De oever van de gracht is niet teruggevonden, die ligt nog meer naar het westen. Aan de oostkant lag het binnenterrein van de voorburcht. Er zijn bij dit onderzoek geen sporen van bebouwing op dit deel van het binnenterrein gevonden, enkel ophogings- en puinlagen. Wel werd plaveisel met o.a. maaskeitjes aangetroffen, waarschijnlijk behorend bij de kapel van het Augustinessenklooster uit 1856 (Zie foto hieronder). Zoals verwacht zijn er archeologische resten van het kasteelterrein in het plangebied aanwezig, binnen het plangebied en daarbuiten. De vindplaats is als behoudenswaardig gewaardeerd en moet, indien mogelijk, in situ bewaard blijven.




2020

In augustus 2020 startte de archeologische begeleiding door BAAC, met een vervolg in oktober. Onderzoek mag dan alleen plaatsvinden in de sleuven die gegraven worden voor de aan te leggen leidingen. Vanwege de pandemie was het niet toegestaan voor de vrijwilligers om te assisteren. Hun bijdrage beperkte zich tot waarnemen, vastleggen en aanleveren van achtergrondinformatie. De gracht aan de kant van de Molensingel is weer onderzocht. Interessanter was wat werd aangetroffen in de sleuf aan de zuid-oost- en voorzijde zijde (Kasteelse Plaats) van de kapel. Er werden sporen van 4 bouwfasen aangetroffen (1300-1350, 1350-1550, 16e-17e eeuw, 17e t/m 19e eeuw). De resultaten sluiten prima aan op het eerder uitgevoerde onderzoek aan de Kasteelseplaats, waar de school stond, in 2014. Het beeld van een rechthoekig omgrachte voorburcht met hier omheen een U-vormige bebouwing wordt nu bevestigd. De voorburcht was ca. 60 bij 55 m groot en bestond uit een voorplein met aan drie zijden utiliteitsgebouwen zoals een poort, stallen, keuken, tiendschuur en rentmeesterswoning. Dieper in de ondergrond worden nog archeologische resten verwacht. Het terrein dient daarom beschermd te blijven.

Enkele opvallende sporen

In het verlengde van Kasteelseplaats 1 (het poortgebouw) lag een piramidevormige poer (Zie foto hieronder, spoor 1034). De afmetingen zijn 70 bij 70 cm en de bewaard gebleven hoogte is 79 cm. Het dateert uit de 2e bouwfase ( 1350-1550 ). Er zijn vergelijkbare poeren aangetroffen tijdens de restauratie van het poortgebouw. Het is dan ook aannemelijk dat beide bouwdelen ooit één geheel hebben gevormd. In de 15e eeuwse bouwfase stond tegen de ommuring van de voorburcht een gebouw met poerenfundering en een leemvloer. De poeren hebben waarschijnlijk een muur met boogvormige openingen gedragen, zeer waarschijnlijk, stallen. Het poortgebouw heeft in de loop der tijd veel aanpassingen aan de plattegrond ondergaan.




Op foto 3 zien we verschillende muurresten en baksteen vloertjes uit fase 3 (16e-17e eeuw). De sporen (S1001 en S1005, oranje) maken deel uit van een schuur of stal in het verlengde van het poortgebouw. Tussen de twee muurtjes, vooraan op de foto, zit ca 14 cm en is waarschijnlijk een goot. Ze stonden dus aanvankelijk niet tegen elkaar aan. Later (fase 4, 18e eeuw) wordt de muur verlengd (S1002, blauw) en het poortgebouwd aan de kant van de Kasteelse Plaats over de hele lengte vergroot.




Resten van een tweede gebouw zijn gevonden in het verlengde van de gevel van het rentmeesters huis / klooster, richting kapel. Het staat haaks op het bovengenoemde gebouw en grijpt daar deels in. De resten behoren mogelijk tot de tiendschuur van het kasteel van Ravenstein. Een groot deel van dit gebouw gaat schuil onder de in 1936 gebouwde kapel, die bovenop de oude grachtkeermuur staat. De structuur bestaat uit een deel van de ommuring uit fase 2 (1350-1550), funderingen, leemvloer, vlijlaag en delen van baksteenvloeren. Muur S1050 (foto hieronder, paars) betreft de zware fundering in het verlengde van de voorgevel van het rentmeesters huis en vormde een deel van de 67 cm dikke gevel. De muur was gefundeerd op staal. De basis van de muur bestond deels uit blokken natuursteen. De baksteenformaten waren 28x14x7cm en dateren van ca 1600.




Toen, nu en ooit

We kunnen concluderen dat het aanzien van dit deel van de voorburcht in de loop der tijden vele gezichten heeft gehad. In 2021 kunnen we er daar weer een aan toevoegen, een appartementencomplex. Het zal nog heel lang duren voor we de archeologische resten die nu nog in de grond zitten kunnen onderzoeken. In de bodem is toch de beste plek om ons erfgoed te bewaren.

Voor meer informatie: BAAC-rapport A-20.0218 (KAS-2020)