Inventariserend veldonderzoek door middel van proefsleuven en opgraving Kapelaan Nausstraat te Oss
Door Peter van Nistelrooij

In opdracht van de gemeente Oss heeft BAAC een proefsleuvenonderzoek in december 2020 en een opgraving in maart 2021 uitgevoerd in plangebied Kapelaan Nausstraat in Oss. De helft van het totale gebied (ca.8800 m2) waar voorheen de praktijkschool De Singel stond is archeologisch onderzocht.


Onderzoeksgebied Kapelaan Nausstraat


Op een dekzandrug zijn onder een plaggendek een vindplaats uit de midden-ijzertijd en een vindplaats uit de middeleeuwen-nieuwe tijd aangetroffen. In totaal zijn verspreid over de negen proefsleuven 47 relevante sporen aangetroffen. Hieronder bevinden zich paalsporen, een kuil, een waterkuil uit de IJzertijd en spitsporen, een 4 meter breed karrenspoor en verschillende greppels uit de middeleeuwen-nieuwe tijd.

Binnen de vindplaats uit de midden-ijzertijd zijn paalsporen van twee spiekers (voor graanopslag) en een waterkuil blootgelegd, evenals een greppel met onbekende functie. In eerste instantie dacht men aan een grafheuvel greppel maar helaas stopte de greppel, geen cirkelvormige greppel.


Foto opgraving van de greppel (4)

Foto opgraving van de greppel (4)


Sporen van een huisplattegrond ontbreken en kunnen mogelijk onder het huidige gemeenschapshuis 't Hageltje in het noorden aanwezig zijn of onder de Kapelaan Nausstraat in het zuiden of onder de Hagelkruisstraat in het westen.

Het vondstmateriaal uit zowel de opgraving als het proefsleuvenonderzoek samen bestaat uit 53 fragmenten aardewerk uit de ijzertijd, 69 fragmenten uit de middeleeuwen en nieuwe tijd, zes stuks bouwkeramiek, zes stukken natuursteen, een metaalslak en een metalen voorwerp. Helaas zijn het geen opmerkelijke vondsten.

In de waterkuil is een aanzienlijke hoeveelheid aardewerk gevonden, afkomstig van één grote pot en twee andere potten. In de sporen van een spieker is één scherf ijzertijdaardewerk aangetroffen. Andere vondsten waren in de structuren niet aanwezig. Behalve dit aardewerk zijn in het plangebied ook scherven uit de middeleeuwen en nieuwe tijd verzameld. Deze scherven zijn afkomstig uit het plaggendek en uit de greppels en karrensporen. Het overige vondstmateriaal, natuursteen en slak, wijst op menselijke aanwezigheid, maar is niet goed te dateren. Uit de waterkuil, enkele paalsporen van de twee spiekers en van de J-vormige greppel zijn botanische monsters genomen. De monsters waren niet analysewaardig. Alleen in het monster uit de nazak van de waterkuil waren de resten van zeer algemene akkergewassen aanwezig.

Naar aanleiding van het vooronderzoek werd vastgesteld dat in het plangebied resten uit de periode neolithicum-volle middeleeuwen aanwezig konden zijn. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werd deze verwachting (deels) ingelost door de vondst van sporen en vondsten uit de ijzertijd-Romeinse tijd en uit de volle middeleeuwen. De opgraving leverde echter alleen een vindplaats uit de midden-ijzertijd op, bestaande uit enkele spiekers en een waterkuil.


Voor meer informatie:
BAAC-rapport A-21.0036 en V-20.0101